Archive for Literatuur

Werk is altijd een goed excuus om niets te doen

// juli 3rd, 2007 // No Comments » // Literatuur

Pedro dook omhoog uit het water. Zijn hoofd stak als een treurwilg boven de oceaan uit. Bestond de mogelijkheid dan had hij haar het liefste afgeschroefd van zijn blote nek. Het was toch een leeghoofd niet in staat over de dingen na te denken. Weer gleed zijn hand langs zijn keel waar zijn hart tekeerging als een sprinkhaan gevangen in een luciferdoosje. Hij volgde de vorm van zijn adamsappel en voelde niets anders dan zijn natte huid. Iets welde in hem op maar hij slaagde erin het te onderdrukken. Hij wilde er nog niet aan ook al kon hij er niet meer om heen. Alles wees er namelijk op: HIJ WAS HET KWIJT!

Hij zwom hijgend naar de kant. Zijn longen piepten. Daar waar het zand zijn borstkas schuurde bleef hij liggen. Minutenlang. Het begon al te schemeren. Alle moed verzamelend voor nog een allerlaatste keer stond hij op. Zijn benen trilden van uitputting. Pedro werd bevangen door de angst dat hij deze keer misschien niet meer boven zou komen. Maar naar huis gaan zonder ging gewoonweg niet. Het was hun kostbaarste bezit. Hoe had hij ook zo stom kunnen zijn te gaan zwemmen met het medaillon om zijn nek.

De opdracht van zijn vader was eenvoudig en duidelijk geweest. Slechts op één manier uitlegbaar. Haal het medaillon op. Stop nergens. Ga rechtstreeks naar huis. Had zijn vader er nog aan toegevoegd. Hij wist tegen wie hij het had. Zijn zoon mocht fysiek dan niet op hem lijken. Ze deelden dezelfde verlangens.

De roep van de oceaan was sterk. Zeker vandaag. Dit overdacht Nescio, Pedro’s vader,  met zijn surfplank in de hand wachtend op de volgende golf. De golven waren vandaag te perfect. Een traan sprong regelrecht uit zijn oog het zoute sop in. Op het werk en thuis dachten ze dat hij op dit moment op het punt stond een grote slag te slaan. Dat was ook zo bedacht Nescio vlak voordat hij de branding in rende. Zijn surfplank onder zijn arm geklemd. Alleen verstond iedereen daar wat anders onder: Nescio waande zich succesvol surfend over de metershoge golf, zijn baas zou wenen om de verdwenen omzet, zijn vrouw hoefde hij niet eens teleur te stellen al rekende zij ook op de provisie van de enorme (niet bestaande) order maar bij thuiskomst zou het prachtige medaillon alweer om haar nek schitteren om dit gemis te verzachten. Daar zorgde zijn zoon voor. Zijn gehoorzame zoon.

De golf nam in kracht af. De schuldgevoelens kwamen boven drijven. Nescio liet zijn voeten in het water zakken en peddelde rustig terug naar het strand. De surfplank bonkte ergens tegenaan. Hij werd ijskoud toen zijn arm er langs streek. Het lichaam in het water was stijf en opgezwollen met één arm omhooggestoken in de lucht. Het medaillon bungelde aan een vinger. Pedro staarde met zijn dode ogen voorbij zijn vader, voorbij de wolken. De sterren en planeten lieten ze achter zich in hun vliegende vaart tot ze vonden waarnaar ze zochten. Rust. Het eeuwige, oneindige, almaar voortdurende zwarte niets. Hoezeer de zee ook trok het lichaam bleef liggen waar het lag tevreden als het was met zijn plaats. Nescio bleef bij zijn zoon, zijn dode zoon, totdat de zee zich terugtrok en zij achterbleven op de drooggevallen zandvlakte temidden van de schelpen, waterplanten en vuil van de toeristen. Nescio zou bij zijn zoon blijven totdat hij zijn ogen weer opendeed. Naar huis gaan zonder hem ging gewoonweg niet. Hij was namelijk hun kostbaarste bezit.

Popularity: 7% [?]

Salman Rushdie opnieuw verketterd

// juni 19th, 2007 // No Comments » // Literatuur

En weer is “de islamitische wereld” boos op Salman Rushdie. Al is het dit keer indirect en moet de Britse Rushdie regering het ontgelden. Zij hebben het namelijk in hun hoofd gehaald om de beste schrijver van de hele wereld – als we iemand hiertoe kunnen uitroepen is het Salman Rushdie – te ridderen. Het door moslims verketterde boek De Duivelsverzen heeft er alles mee te maken.

Lieve mensen, dit boek verscheen reeds in 1988! Het staat bij mij in de boekenkast maar ik heb het nog niet gelezen. Misschien moet ik het nu maar eens doen. Ik vraag me werkelijk af hoeveel moslims dit boek hebben gelezen – analfabetisme komt nog steeds veel voor in het Midden-Oosten – en er door gekwetst zijn. Het is ook een beetje met twee maten meten. Mein Kampf van Adolf Hitler is er namelijk nog steeds een bestseller. En bovendien…. HET IS FICTIE!!!

The hard way

Hardway Maar goed, ik kan er niet al te hard een oordeel over vellen aangezien ik het boek zelf nog niet heb gelezen. Hierbij de belofte dat ik dit de komende weken zal doen. Zodra ik The Hard Way (een Jack Reacher verhaal) van Lee Child (in het Engels, want de Nederlandse vertaling maakt er een potje van) uit heb.

Islamofobie wordt het genoemd door een Iraanse topfunctionaris die anoniem wenst te blijven. Nou moet ik zeggen dat ik geen enkel ander land ken waar moslims zich zo goed thuis voelen (op hun thuisland na dan) als Engeland. Dus van islamofobie lijkt me geen sprake te kunnen zijn.

Leer te vergeven

Kijk toch eens naar het oeuvre van Salman Rushdie. Zijn laatste titel Shalimar de Clown is het beste wat ik in jaren heb gelezen. De Koran heb ik niet gelezen maar het lijkt me dat er ook iets over vergeven in moet staan. Net als in de bijbel. En net als in Shalimar de Clown. Het zou me zelfs niet verbazen als dit thema voorkomt in De Duivelsverzen.

Mijn levensmotto wordt meer en meer probeer eerst de ander te begrijpen voordat je zelf begrepen kunt worden. Minimaal 95% van wat we doen, doen we onbewust. Ik ben dan ook niet boos. Maar blijf alsjeblieft van Salman Rushdie af.

P.S. Excuses, sorry. Henk Westbroek gaat weer even in de ijskast.

Popularity: 8% [?]

Whole lotta going on

// mei 12th, 2007 // No Comments » // Literatuur

Eén schamel berichtje deze week. Met de focus zit het duidelijk nog niet goed. Achter de schermen zijn we echter zeer druk bezig. Onder andere met de zangeres Rose die in 2002 reeds debuteerde met een fijne soulplaat. Haar tweede is onlangs verschenen. Volgende week opent ze wellicht de in meerdere opzichten megaconcerten van Solomon Burke én ze komt binnenkort langs in het Muziekcafe!

Susan Smit

MoSusansmitmenteel ben ik ook een beetje in de ban van Susan Smit waarvan ik afgelopen donderdag een lezing bezocht. Ze is boekrecensente, onder andere voor het televisieprogramma Goedemorgen Nederland. Daarnaast heeft ze de roman Elena’s vlucht op haar naam staan, welke door vele critici de hemel in is geprezen. Ze heeft een boek geschreven over alternatieve therapieen en de doorleefde wijsheid van een groot aantal vrouwen op leeftijd de wereld in geslingerd.

Maar ze staat nog het meest bekend als moderne heks. Een eeuwenoude natuurreligie die verdoemd werd door het christendom door heksen gelijk te stellen aan de duivel. Maar het blijkt dat hekserij nog volop beoefend wordt. Een religie die helemaal niets te maken heeft met zwarte magie of het opeten van kleine kindertjes maar waarin de liefde voor de natuur en elkaar centraal staat.

Tom McRae

Gisteren was ik in de Melkweg bij het concert van Tom McRae. Ook hiervan volgt nog een reflectie in het Muziekcafe. Morgen het grote nieuws omtrent Silje Nergaard en aandacht voor Julian Sas. En natuurlijk ook weer een nieuw nummer in de jukebox. Zei ik dat ik veel te doen had? Ach, valt wel mee.

Popularity: 10% [?]

De moord op Kennedy (1963)

// maart 30th, 2007 // 1 Comment » // Literatuur

De Autorai vip-avond afgelopen woensdag en het Spaanse themafeest gisteren maakten het wat lastig om deze week te bloggen. En dat is nog niet alles. Ik zit namelijk op een schrijfcursus. Deze week heb ik een verhaal geschreven met een muzikaal tintje. Het leek me leuk deze te plaatsen. De opdracht was te schrijven over een kind dat thuiskomt van een rotschooldag en daarover wil vertellen. Moeder heeft er echter geen tijd voor. President Kennedy is namelijk net vermoord…

De moord op Kennedy

Daar sta ik dan met mijn ogen in brand. Ik hou me in. De hele weg terug van school naar huis. Huilen op straat doe je immers niet. Ook niet als je een meisje bent. Een huiskamer vol met vreemde mensen is daar ook niet de plek voor. Het lukt me echter niet meer de tranen weg te slikken met mijn dikke keel. Wat doen al die mensen hier ook. Ik wil mijn mama. Alleen mijn mama. Ik schreeuw het uit.
“Lia stop daar mee. Dat is toch geen gedrag voor een meisje van negen.”
“Ik ben tien,” snik ik tussen mijn tranen door.
Gisteren geworden want toen was ik jarig. Ik had me nog zo verheugd op vandaag, lekker naar school in de kleren die ik voor mijn verjaardag had gekregen.

“Wat zie je eruit!” Nu pas kijkt mama naar me. Op mijn blouse die vanochtend nog prachtig wit was zit bloed. Er ontbreken knopen en op de rug zit een scheur van mijn linkerschouder tot aan mijn rechterbil die je als je goed kijkt kunt zien samen met een stukje onderbroek dwars door het gaatje in mijn rok. Maar dat ziet mijn mama gelukkig allemaal niet.
“Nu ja. Kleed je om, we hebben het er later wel over.”
“Maar ik wil over school vertellen.” Alle vreemde ogen lijken nu dichterbij te komen.
“Dat doen we dan ook wel,” zegt mama,”Er zijn wel belangrijkere dingen te bespreken.” Ze pakt haar sherryglas terwijl haar ogen weer vochtig worden. Ze kijkt naar haar dochter en zegt dan op plechtige toon:”De president van Amerika is vermoord.”

“Wat is Elvis dood?”
“Nee, Elvis leeft nog maar iemand véél belangrijker is wel dood.”
Dat zegt mama natuurlijk alleen maar omdat ze hem niet in huis wil. Geen singletje, zelfs geen foto. Als ze Elvis op de radio hoort dan gaat de radio uit en blijft dan uit de gehele dag en het hele huis wordt in het nat gezet. “Het komt door zijn obscene bewegingen” heeft ze wel eens gezegd.
“Mama, ben ik nu obsceen,” zeg ik en ik draai me om.

Popularity: 8% [?]

De derde laag

// januari 10th, 2007 // No Comments » // Literatuur

Dit verhaal begint eigenlijk al veel eerder, ruim voordat deze voor mij zo heuglijke dag zich wist te ontluiken als een orchidee, zo prachtig en teer dat ik me niet kan herinneren ooit een dergelijk perfect gekweekt exemplaar met eigen ogen te hebben gezien. Nu is het ook al honderden jaren geleden dat ik een bloem heb aanschouwd behalve de bloem die ik zelf op de muur heb aangebracht uit angst haar ranke vorm te vergeten. Haar kleur en bovenal haar geur waren al langer geleden uit mijn herinnering vervlogen.

Ik was al oud, ouder dan een mens ooit was geworden toen ik op straffe van hekserij werd weggemetseld in wat mijn graf had moeten worden. Dat ik nog steeds adem is het meest wezenlijke bewijs dat mijn vervolgers – die ik met een aan absolutie grenzende zekerheid heb overleefd – het aan het rechte eind hadden. Maar wat heb je aan je gelijk als je ligt weg te rotten onder de grond of misschien nog slechts een hoopje vergane botten en beenderen bent?

Een poging de jaren in duisternis bij te houden strandde nadat alle vier de muren die mij omringen waren volgestreept inclusief het plafond en de grond waarop ik de meeste van mijn schijnbaar oneindige voorraad aan tijd doorbracht. Minuten, uren, seconden, dagen, weken, jaren. Ik grossierde er blijkbaar in. De verbazing dat het aanwezig zijn van eten noch water hier geen invloed op had vervloog mettertijd. De tijd werd mijn metgezel en gaf een nieuwe betekenis aan het woord verveling. Ik vulde letterlijk eeuwen met nietsdoen terwijl ik wachtte op het moment dat mijn bestemming daadwerkelijk aanbrak. Want daar had ik een rotsvast vertrouwen in. Dat ik hier met een reden was. Als deze beproeving achter de rug was, deze test die mij tot het uiterste tartte door mijn geduld nu al duizenden jaren op de proef te stellen, kon ik met mijn taak aanvangen. In een ver verleden toen ik nog wist wat een etmaal was, had ik wel eens over een God gehoord maar dit was mijn geloof. Hier putte ik hoop uit.

Op gezette tijden praatte ik wat voor me uit om mijn spraakvermogen niet te verliezen. Ik was nooit een geletterd man geweest. Had nooit leren lezen of schrijven. Dus zei ik wat er maar in mijn hoofd opkwam. En ik wil mezelf niet op de borst kloppen maar daar zaten best zinnige dingen bij. Ik verzon er zelfs een woord voor. Hersenweef. Want ik weefde de woorden aan elkaar. Ik kon dan niet lezen of schrijven, denken kon ik wel. Ik hoopte dat ik al mijn ideeën nog zou herinneren wanneer ik eindelijk had leren schrijven. De tijd werd dus mijn beste metgezel. Ik had niemand anders om mee te spelen. Een echte vriend. Want wat mij alleen niet lukte daar slaagde ik met haar hulp dan toch eindelijk in.

Ik hield mijn nagels kort door aan het voegsel tussen de stenen en de stenen zelf te krabbelen. Daarbij kwamen elke keer hooguit wat korreltjes vrij. Maar na duizend jaar aan dagen kwam er beweging in enkele stenen. Daarna ging het snel. Een hele muur werd afgebroken. Het bleek slechts de eerste laag. Maar na nog eens bijna duizend jaar – al kunnen het er ook minder zijn geweest – kwam er ook beweging in de volgende laag.

Het was een enorm kabaal toen ik er eindelijk in slaagde de eerste stenen naar buiten te duwen. Het ongekend felle daglicht verblindde me en mijn ogen leken er maar niet aan te wennen. Gelukkig lukte het me op de tast verder te werken en een gat te creëren waar ik doorheen paste. Mijn handen vonden een rand waaraan ik me kon optrekken. Mijn blik gleed langs een bordje dat ik passeerde. Later zou ik van twee voorbijgangers vernemen dat dit de Oudegracht was.

Ik was gewend geraakt aan de oorverdovende stilte die duizenden jaren had voortgeduurd en alleen op gezette tijden doorbroken werd door mijn eigen gedempte stem. De kakofonie van geluiden kwam me dan ook voor als gegil, gekrijs en hysterisch gehuil. Ik keek naar beneden. De lucht leek donkerder geworden en niet meer zo oogverblindend. Ik kon weer wat zien. Ik dacht de gehele mensheid te hebben overleefd maar zag een hele groep van mijn soort. Ze lagen op elkaar met van pijn doortrokken gezichten. Langs de hoge muur waarop ik stond hing een trap die half had losgelaten, blijkbaar als gevolg van mijn ontsnapping. Het gekrijs was niet verbeeld maar kwam van de slachtoffers die naar beneden waren gevallen. Schuldgevoel nam bezit van mij. De aandacht voor hun gebroken botten maakte echter al snel plaats voor het besef dat alles een hoger doel diende. Maar wat daar ben ik nog steeds niet achter.

Er schijnt nogal wat te doen zijn geweest om de man met de lange baard in een nog langere jurk waarvan de zwoele oogopslag me is bijgebleven. Hij werd levenloos uit het water gehaald. Of ik hiermee mijn bestemming heb vervuld weet ik niet. Het lijkt me sterk. Hij zag er als enige nog redelijk normaal uit met zijn zedige kledij. Met name de vrouwspersonen die aan mijn oog voorbijtrekken maken het me moeilijk om niet mijn voorvader te imiteren en hen met een knots één voor één een grot in te slepen. Puur omdat ik nog geen grot ben tegengekomen.

Er was een tijd dat ik vanwege mijn charme de Prins der Armen werd genoemd. Maar die tijd heb ik blijkbaar allang achter me gelaten. Misschien is het echter wel reëler te stellen dat de tijd mij heeft achtergelaten. Sociale omgangsvormen zijn aan verandering onderhevig. Duizenden jaren ben ik niet onder de mensen geweest. Wat toen als prinselijke charme werd gezien komt nu misschien heel bot over. Misschien dat ik me daardoor kan identificeren met de opgedrekte man, deze Osama Bin Laden, de dode man die zoveel haat oproept. We stammen uit eenzelfde tijdperk. Een wrede tijd maar op sommige punten ook socialer. Nu word ik voor gek versleten als ik een onbekende aanklamp en vraag of deze me wil leren lezen en schrijven. Iedereen lijkt zo op zichzelf. Sommige soortgenoten wonen zelfs helemaal alleen in een huis tien keer groter dan ik ooit heb bezeten en hoewel er genoeg ruimte is wordt de mensen zonder huis geen onderdak geboden. Ze moeten hun heil maar elders zoeken.

Ik ben door twee muren gebroken maar deze derde laag lijkt ondoordringbaar. Misschien is dit wel mijn bestemming. De derde onzichtbare muur slechten en al deze individuele zielen weer tot een hechte gemeenschap smelten. Ik wacht af.

Popularity: 6% [?]

Literatuur & Muziek

// oktober 15th, 2006 // No Comments » // Literatuur

Literatuur en muziek, geen ongewone combinatie. Je zag het aan de Avond van het Liefdeslied, vorige week bij de publieke omroep. Simon Vinkenoog en Spinvis samen op cd en op het podium. Ik schrijf over muziek, maar ik schrijf ook literatuur. De afgelopen maanden heb ik meegedaan aan twee schrijfwedstrijden. Van de eerste is de uitslag bekend en heb ik mijn inzending gepubliceerd. Ben je niet alleen geinteresseerd in muziek maar ook in literatuur, kijk dan even hier op.

Morgen schrijf ik weer over muziek.

Popularity: 6% [?]

De vrouw in het riet

// oktober 15th, 2006 // No Comments » // Literatuur

De opmerkingen waren niet van de lucht.
“Grote vis aan de haak geslagen, Frankie boy?”   “Zeemeerminnen bestaan dus toch.”
Onder luid geklap en gejuich werd hij verwelkomd door zijn collega’s.
“Frank, als je nu echt omhoog zit. Een geeltje om een keer van bil te gaan op De Wallen.”
Politiehumor. Je moest er tegen kunnen. Dit keer hadden ze zich creatief wel heel erg uitgesloofd. “Politie viskampioen” stond er op het bord boven zijn bureau. Zoals een kampioen betaamt had Frank zijn best gedaan om in stijl te arriveren. Met de zich aan zijn voeten vastzuigende rubberen laarzen die tot ver voorbij de knieën reikten, zijn hengel in de hand.

De grappen bleven komen tot hij werd geroepen voor de conclusies van de lijkschouwing. De arts deelde hem mee dat het tijdstip van overlijden alleen nog met grote onnauwkeurigheid te bepalen was. “Een weekje weken in het water en sporen verdwijnen als sneeuw voor de zon.” Als je dag in dag uit alleen maar omringd werd door doden, er mee opstond en mee naar bed ging, was het begrijpelijk dat je je op een gegeven moment nog uitsluitend kon uitdrukken in dooddoeners.
“De omgeving?” zei Frank.
“Stop. Niet zo snel.” De arts pakte haar oorlel en vouwde deze enigszins dubbel. Een tatoeage werd zichtbaar.
“Verder nog iets? Want dit had ik zelf natuurlijk ook al ontdekt.”
“Verstikking maar geen sporen van wurging. Geen sprake van coïtus.“
Het bleef fascinerend hoe doktoren hun Latijnse woordenschat altijd weer tentoonspreidden, vaak op de meest ongepaste momenten.
“Je bedoelt dat ze niet geneukt heeft tegen haar vrije wil?”
De arts was even van zijn à propos maar hervond zich snel. ”Ook niet met haar toestemming.”
“Of ze heeft zich gewoon heel goed gewassen,” grijnsde Frank.
De arts knikte:”Er zat veel water in het lichaam. Ook in de longen. Maar het is niet meer te achterhalen of dit de doodsoorzaak is geweest.”
“Vertel me dan maar wie het gedaan heeft. Enig idee?”
Frank was zich bewust van zijn recalcitrante gedrag en speelde er met zichtbaar plezier mee.
De dokter antwoordde niet.
“Kortom we blijven ons weer uitdrukken in vaagheden, mitsen en maren. Weggegooid geld deze afdeling.”
Een pijnlijke uitspraak sinds de mededeling van de burgemeester vorige week dat er binnen het korps bezuinigd moest worden. Zijn vrije dag verwachtte Frank dan ook niet terug te krijgen. Je kon je er druk over maken. Maar anderen konden zich dan wel eens druk gaan maken over zijn baan. Zeker omdat bij Frank, terwijl hij zijn vijfde jaar alweer inging als rechercheur, de lasten nog altijd voor de baten gingen, zijn papierwerk niet deugde en de lijst overtredingen, aanklachten en beschuldigingen schier oneindig was. Het was dat Houtappels zo op hem gesteld was anders had hij al lang zijn bureau kunnen ruimen.

“Heb je een foto van de tatoeage?” vroeg Frank zo achteloos mogelijk.
De arts wapperde met een polaroid. “Digitaal graag. En mail het even.”
Hij dook achter een computer. Zijn vingers bewogen ongeduldig maar ritmisch op het bureau. Het liefst was hij de eerste de beste kroeg ingedoken om een informant ondersteboven te houden. Maar die werkwijze had hem ongetwijfeld weer een aanklacht opgeleverd, op zijn minst een beschuldiging. De tatoeage bleek een oormerk te zijn. Weer iets wat hij zelf ook wel had kunnen bedenken. Een antwoord waar hij echt wat aan had, namelijk waar het een oormerk van was, bleef achterwege.
Autopsie artsen hebben voornamelijk oog voor nieuwe wonden en sporen van geweld. Littekens zijn overblijfselen van oude wonden en zeggen bijna nooit iets over de toedracht.
In een enkel geval vertellen ze op indirecte wijze een verhaal. Voor Frank vormden ze echter de handvaten waarmee hij zijn zoekveld kon begrenzen.

De ronde afdrukken op haar rug leken op het eerste gezicht de stille getuigen van brandende sigaretten die op haar lichaam waren uitgedrukt. Littekens uit een slechte jeugd, wellicht een sadistisch vriendje. Maar wie beter keek zag dat ze een paar vormden met de cilindrische  putten op haar voorkant. De inslag van een 9 millimeter kogel, zelfs meerdere. Aangebracht met militaire precisie. Maar zelfs deze littekens deden geen afbraak aan haar goddelijke lichaam. Hoewel de roem van de Miss Universe titel haar jaren geleden ten deel was gevallen kon ze er nog steeds patent op maken, zelfs in deze onfrisse toestand.
Het viel niet te ontkennen dat ze haar titel goed ten gelde had gemaakt. Het gedeelde ideaal van wereldvrede werd niet door iedere deelneemster vertaald in de oprichting van een particuliere bank. Toch was er ook iets minder aangenaams uit het verleden dat haar had achtervolgd en uiteindelijk ingehaald. Frank hoorde haar bijna hijgen terwijl hij haar in de Alfa Brera zag stappen, die helaas voor haar niet snel genoeg was geweest om dat wat haar achtervolgde af te schudden. Hij twijfelde er niet over dat ze al drie weken geleden, vlak na haar verdwijning was omgebracht. Haar man had daar niets mee te maken. Die wist nergens van. Haar littekens waren dan wel niet te verhullen, de deken der liefde maskeert veel. De rol van de minister, zijn jeugdvriend, kon Frank nog niet zo goed plaatsen dus dat liet hij nog even rusten. Hij keek weer naar de kogelafdrukken. Ze waren inderdaad met militaire precisie aangebracht.
Frank greep de telefoon ook al zat Houtappels twee stappen van hem verwijderd. Frank de Hengelaar had zijn portie politiehumor voor vandaag echter wel gehad.

“Ik ken Jolanda Krinkels nog bijna beter dan mijn eigen vrouw,” zei hij nadat Houtappels op karakteristieke wijze de telefoon had opgenomen. Hij hield ervan het Randstad Uitzendbureau reclamefilmpje – uit de tijd dat reclamefilmpjes nog geen commercials werden genoemd – na te doen. Na vier versleten toestellen slaagde hij er inmiddels in om na een forse klap de door de lucht zwierende hoorn in zijn als vangnet gereedstaande handpalm te laten belanden, steevast gevolgd door een pijnlijk hoog uitgesproken “Randstad uitzendburoooo!” Alsof zijn ballen in de spijkerbroek van Gerard Joling terecht waren gekomen.
“Het lijkt me dat je dan een probleem hebt, Frankie. Maar volgens mij ben ik niet de aangewezen persoon om daarover te praten.”
“Je hebt gelijk. Ik zal een afspraak met de vertrouwenspersoon maken. Maar weet jij iets van een militair verleden van Krinkels?”
“Krinkels de vrouw? Daarover staat niets in het dossier.”
“Daar staat wel meer niet in. Bijvoorbeeld dat ze elkaar ontmoet hebben tijdens een NAVO missie van manlief. Volgens mij ontglipte dit weetje hem ook min of meer toen hij het me vertelde.” “Is er overlegd met het leger?” vroeg Frank na een korte stilte. Natuurlijk niet beantwoordde hij zelf zijn overbodige vraag. Daar was tenslotte geen enkele reden toe geweest. Tot nu in ieder geval.
“Houtappels, ik weet genoeg.”

Frank pleegde wat telefoontjes waarvan hij de antwoorden niet besloot af te wachten. Het was tijd om zich van zijn visserspak te ontdoen. Amsterdam op dit uur van de dag was met de auto onbegonnen werk. Met de tram was het waarschijnlijk nog geen vijf minuten naar zijn huis.
Zijn gedachten gingen overal en nergens heen tijdens deze korte rit langs Memory Lane. Al die bekende plekken die hem terugvoerden naar vroeger. Het vertrouwde gerinkel van de trams dat hij pas leerde te waarderen toen hij al een tijdje in Amsterdam woonde. Al die merkwaardige personen die hij toen leerde kennen.

Anders dan normaal gesproken was zijn vrouw niet zo blij met zijn vervroegde terugkeer.
“Vissen mijn laars! Je was in geen velden of wegen te bekennen en overal wemelt het van de politie!”
Het laten vallen van de naam Jolanda Krinkels zorgde niet voor een verbetering van de sfeer.
“Ik heb die naam de afgelopen weken nou al zo vaak gehoord. Volgens mij heb je haar gewoon zelf verstopt zodat je het met haar kunt doen wanneer je maar wilt.” Die zat.
In het begin van hun relatie nam Frank het niet zo nauw met de huwelijkse trouw die van hem werd verwacht. Tegenwoordig was hij met zijn werk getrouwd maar ook dat kon de goedkeuring van zijn vrouw niet verdragen.
“O. Ze is dood?”
Hij zag haar nadenken over het macabere van haar zojuist gedane beschuldiging. Ze was misschien daardoor juist ook mild toen hij haar vertelde dat vanzelfsprekend alle verloven waren ingetrokken. Een reactie uit tweede hand besloot hij niet af te wachten en sloop naar boven. De uitgetrapte laarzen rolden onbedoeld naar beneden. Zijn sokken waren doorweekt van het zweet. De rubberen laarzen die hij had aangeschaft waren bestemd om niets door te laten. Zowel van buiten als onbedoeld ook van binnen.
Met zijn broek op zijn knieën greep iemand zijn witte billen.

“Als je de hele dag verder op pad bent moeten we er nu maar van profiteren,” fluisterde zijn vrouw op sensuele wijze in zijn oor.
“Kim,” huiverde hij.
“De kinderen?”
“Op school.”
Ze duwde hem het bed op en trok zijn laaghangende broek uit. Met haar borsten gleed ze over zijn naakte onderlichaam. Haar tepels waren stijf van opwinding. Frank dacht er niet eens over na hoe ze zich zo snel uit had kunnen kleden. Hij kon niet meer denken. Haar nagels gleden over zijn rug en lieten striemen achter. Hij draaide zich langzaam om zodat ze bovenop hem bleef zitten en trok zijn shirt uit.
Overdag vrijen, het had iets stouts, iets puberaals. Dat deed je als je elkaar nog maar net kende, wanneer je nog stapelverliefd was. Niet als je al twintig jaar getrouwd was (zo voelde  hun huwelijk in ieder geval) waar verliefdheid inmiddels was overgegaan in houden van en je twee kinderen had. Kim draaide met haar billen en maakte hem hard.

Elke keer wanneer ze met elkaar vreeën hoorde Frank muziek. Zeldzame momenten van geluk die hem boven zichzelf uit deden stijgen. Op hele goede dagen – en vandaag was er zo één – hoorde hij Elton John Look Ma No Hands zingen terwijl hij zonder te worden vastgehouden zonder iets vast te houden gewoon zonder hulp, bij Kim naar binnen gleed. De woorden die de titel vormden maakten geen onderdeel uit van de songtekst maar Elton John zong ze, speciaal voor hem.
Vlak voordat zijn lichaam volledig buiten zinnen trad – geen pil wel condoom, hij herinnerde zich de levendige discussie (geen hormonen in mijn lijf!) nog goed – bedacht hij zich wat vergeten was en ging zingend nog voordat het ongemengde koor inzette, de kerk uit. Hij keek Kim aan met haar grote vragende ogen. Was er opzet in het spel? Hij wist hoezeer ze de gezinsuitbreiding wenste maar het was wel heel erg slecht van hem om zo over haar te denken. Zoiets zou ze nooit doen. Ze hadden allebei hun hoofd verloren aan de dampende passie. Hij besloot het moment niet te laten verslappen en schoof een condoom om. Het was net Russisch roulette. Even was er de weigering, toen schoof hij hem erin. Overtuigd dat er geen kogel meer in de kamer zat en dat ook het magazijn leeg was.
“Voorvocht is ook vruchtbaar,” fluisterde Kim in zijn oor. Ze kneep haar dijen samen en hij kwam lachend klaar. Waarom maakte hij zich eigenlijk ook zo druk over een eventueel derde kind. Niet alles viel te beredeneren. Sommige dingen moest je gewoon doen.
“Goed,” zei hij,”We doen het.”
“Wat?”
“Een kind.”
Bijna tot moes geknepen keek Frank in het gelukkigste gezicht dat hij ooit had gezien.

Er was een besluit genomen. Hij zou dit keer niet de kroegen langs gaan om zijn informanten te geselen. Houtappels zou trots op hem zijn. Maar dat was niet zijn voornaamste beweegreden. Frank stapte uit zijn auto. Met zijn terugkeer op het bureau waar geen bevredigende antwoorden op hem wachtten had hij zijn collega’s weer voldoende gespreksstof bezorgd. Het stuk terug met de tram bleek niet lang genoeg om de stoutmoedige blik waarmee hij de wereld sinds enkele minuten aanschouwde uit zijn ogen te wissen. Het interesseerde hem niets. Zijn nieuwe visie had hem namelijk ook gebracht waar hij nu was. Een stapje dichter bij de dader. Snelle antwoorden waren van de officiële instanties niet te verwachten. Dit hadden hun reacties hem wel duidelijk gemaakt. En snelle antwoorden had Frank juist nodig. Niet eens zozeer omdat zijn baan er eventueel door op het spel zou komen te staan. Maar drie weken met een vermiste – en naar nu bleek een vermoorde – Jolanda Krinkels in je hoofd opgescheept te zitten is voor niemand goed.

Hij was naar een anonieme flat gereden in de Bijlmer. Het was niet verstandig hier in je eentje rond te lopen. Zeker niet als je uit een auto stapte die de reguliere bewoners op alle mogelijke manieren vertelde dat hij een politieagent was. Toch verzekerde hij zich nooit van de back-up van een collega als hij hier kwam. Hij timede zijn moment gewoon zorgvuldig.
Hij liep snel over het grasveld, dat niet naar de appartementen leidde maar naar de garagebox. Met getrokken pistool stormde hij de betonnen trap af. Je weet immers nooit wie je opwacht. Hij stopte voor één van de garageboxen en liet de kolf van zijn dienstwapen er een paar keer op aritmische wijze tegen aan vallen. Het was een donker hol dat hij betrad maar hij wist de weg. Hij ontweek het groene camouflagenet dat halverwege als afscheiding diende en volgde het groen flikkerende licht. Daarachter de monochrome monitor zat een man. Zijn hoofd was schuin naar achteren gevallen. Zijn oogleden tartten de zwaartekracht door gesloten te blijven. Maar Frank wist dat hij niet sliep. De man sliep nooit, hooguit vergreep hij zich aan een soort van halfslaap, een doezelslaap. De kogelscherf die nog steeds in zijn hoofd zat, had de behoefte om zich op gezette tijden ten ruste te leggen gereduceerd tot bijna nul.
Hun eerste ontmoeting was grappig genoeg om niet achterwege te laten. Het vond plaats voordat Frank in dienst trad bij de politie. In de tijd dat hij nog regelmatig met het GVB reisde. Ochtenden lang had hij zich al verbaasd over de man in z’n legerkloffie die er te goed uitzag om door te gaan voor een zwervende veteraan. Gebiologeerd keek hij elke dag naar hem uit tot het hem op een ochtend bijna het leven kostte. Hank (“Noem me maar Hank”) redde zijn leven door hem vlak voor de paniekerig toeterende tram weg te trekken. Vanaf toen maakten ze elke dag een praatje en toen Frank politieagent werd hielp Hank met zijn informatiesystemen hem om bliksemsnel carrière te maken. Militaire informatie was zijn specialiteit en dat kwam op dit moment bijzonder goed van pas.

“Hoe lang kennen we elkaar nu al, Frank?”
Frank maakte een rekensommetje. Toch zeker vijftien jaar.
“En wat weten we eigenlijk van elkaar? Ik in ieder geval meer van jou dan jij van mij.”
Frank knikte. Dit was duidelijk één van Hanks spraakzamere momenten.
“Ik vertel je dit omdat ik ga stoppen met dit alles.”
Frank kreeg het ijselijke gevoel dat Hank niet alleen deze kamer daarmee bedoelde.
“Ik ben niet één of andere gekke veteraan die is doorgedraaid in één of andere oorlog. Het is gewoon dat ik mijn werk niet kan doen zonder mijn uniform aan. Ik ben namelijk nog steeds actief in functie.”
Dit was niet minder dan een openbaring.
“Het was een voorwaarde om vervolging te voorkomen en uitgeschreven te worden van de maatschappij.”
Als Frank voor een spiegel getuige zou zijn van het uitvallen van al zijn haar zou dat niet zoveel indruk maken als deze woorden. Vijftien jaar kenden ze elkaar nu maar eigenlijk kenden ze elkaar dus helemaal niet.

“Hoe lang weet je al dat je ermee gaat stoppen?”
Hank leek niet eens verbaasd dat Frank niet verder doorvroeg maar eroverheen stapte alsof het een kleine verdieping in hun relatie betrof. Hij stelde echter de vraag die alle andere vragen kon beantwoorden.
“Sinds één minuut,” zei Hank. Hij wapperde met de printout die Frank hem had gegeven. De foto van de tatoeage op het oor van Jolanda Krijkers.
“Je kent haar?” Hank knikte.
“Het verleden heeft haar ingehaald. Ik ga niet wachten tot mij hetzelfde overkomt. Ook al is er geen ontkomen aan. Getuigen zijn niet toegestaan.”
“Haar man en kinderen leven nog.”
“Dat heeft ze goed gedaan.”
Frank keek naar de deur. Hank schudde zijn hoofd.
“Zo snel gaat het niet. En zover komt het niet.”
Hij stopte de loop in z’n mond en schoot. Het was niet onmiddellijk voorbij.
“Ik kan ze zien,” gorgelde hij.
“Wie? Wie kan je zien, Hank?”
“De engelen. Ik zie Jolanda. En ik zie jou. Wacht niet te lang. Het leven duurt niet eeuwig.”

Popularity: 7% [?]