Klik voor de meest recente berichten op de Nieuws sectie in het topmenu. close ×
+

De derde laag

Dit verhaal begint eigenlijk al veel eerder, ruim voordat deze voor mij zo heuglijke dag zich wist te ontluiken als een orchidee, zo prachtig en teer dat ik me niet kan herinneren ooit een dergelijk perfect gekweekt exemplaar met eigen ogen te hebben gezien. Nu is het ook al honderden jaren geleden dat ik een bloem heb aanschouwd behalve de bloem die ik zelf op de muur heb aangebracht uit angst haar ranke vorm te vergeten. Haar kleur en bovenal haar geur waren al langer geleden uit mijn herinnering vervlogen.

Ik was al oud, ouder dan een mens ooit was geworden toen ik op straffe van hekserij werd weggemetseld in wat mijn graf had moeten worden. Dat ik nog steeds adem is het meest wezenlijke bewijs dat mijn vervolgers – die ik met een aan absolutie grenzende zekerheid heb overleefd – het aan het rechte eind hadden. Maar wat heb je aan je gelijk als je ligt weg te rotten onder de grond of misschien nog slechts een hoopje vergane botten en beenderen bent?

Een poging de jaren in duisternis bij te houden strandde nadat alle vier de muren die mij omringen waren volgestreept inclusief het plafond en de grond waarop ik de meeste van mijn schijnbaar oneindige voorraad aan tijd doorbracht. Minuten, uren, seconden, dagen, weken, jaren. Ik grossierde er blijkbaar in. De verbazing dat het aanwezig zijn van eten noch water hier geen invloed op had vervloog mettertijd. De tijd werd mijn metgezel en gaf een nieuwe betekenis aan het woord verveling. Ik vulde letterlijk eeuwen met nietsdoen terwijl ik wachtte op het moment dat mijn bestemming daadwerkelijk aanbrak. Want daar had ik een rotsvast vertrouwen in. Dat ik hier met een reden was. Als deze beproeving achter de rug was, deze test die mij tot het uiterste tartte door mijn geduld nu al duizenden jaren op de proef te stellen, kon ik met mijn taak aanvangen. In een ver verleden toen ik nog wist wat een etmaal was, had ik wel eens over een God gehoord maar dit was mijn geloof. Hier putte ik hoop uit.

Op gezette tijden praatte ik wat voor me uit om mijn spraakvermogen niet te verliezen. Ik was nooit een geletterd man geweest. Had nooit leren lezen of schrijven. Dus zei ik wat er maar in mijn hoofd opkwam. En ik wil mezelf niet op de borst kloppen maar daar zaten best zinnige dingen bij. Ik verzon er zelfs een woord voor. Hersenweef. Want ik weefde de woorden aan elkaar. Ik kon dan niet lezen of schrijven, denken kon ik wel. Ik hoopte dat ik al mijn ideeën nog zou herinneren wanneer ik eindelijk had leren schrijven. De tijd werd dus mijn beste metgezel. Ik had niemand anders om mee te spelen. Een echte vriend. Want wat mij alleen niet lukte daar slaagde ik met haar hulp dan toch eindelijk in.

Ik hield mijn nagels kort door aan het voegsel tussen de stenen en de stenen zelf te krabbelen. Daarbij kwamen elke keer hooguit wat korreltjes vrij. Maar na duizend jaar aan dagen kwam er beweging in enkele stenen. Daarna ging het snel. Een hele muur werd afgebroken. Het bleek slechts de eerste laag. Maar na nog eens bijna duizend jaar – al kunnen het er ook minder zijn geweest – kwam er ook beweging in de volgende laag.

Het was een enorm kabaal toen ik er eindelijk in slaagde de eerste stenen naar buiten te duwen. Het ongekend felle daglicht verblindde me en mijn ogen leken er maar niet aan te wennen. Gelukkig lukte het me op de tast verder te werken en een gat te creëren waar ik doorheen paste. Mijn handen vonden een rand waaraan ik me kon optrekken. Mijn blik gleed langs een bordje dat ik passeerde. Later zou ik van twee voorbijgangers vernemen dat dit de Oudegracht was.

Ik was gewend geraakt aan de oorverdovende stilte die duizenden jaren had voortgeduurd en alleen op gezette tijden doorbroken werd door mijn eigen gedempte stem. De kakofonie van geluiden kwam me dan ook voor als gegil, gekrijs en hysterisch gehuil. Ik keek naar beneden. De lucht leek donkerder geworden en niet meer zo oogverblindend. Ik kon weer wat zien. Ik dacht de gehele mensheid te hebben overleefd maar zag een hele groep van mijn soort. Ze lagen op elkaar met van pijn doortrokken gezichten. Langs de hoge muur waarop ik stond hing een trap die half had losgelaten, blijkbaar als gevolg van mijn ontsnapping. Het gekrijs was niet verbeeld maar kwam van de slachtoffers die naar beneden waren gevallen. Schuldgevoel nam bezit van mij. De aandacht voor hun gebroken botten maakte echter al snel plaats voor het besef dat alles een hoger doel diende. Maar wat daar ben ik nog steeds niet achter.

Er schijnt nogal wat te doen zijn geweest om de man met de lange baard in een nog langere jurk waarvan de zwoele oogopslag me is bijgebleven. Hij werd levenloos uit het water gehaald. Of ik hiermee mijn bestemming heb vervuld weet ik niet. Het lijkt me sterk. Hij zag er als enige nog redelijk normaal uit met zijn zedige kledij. Met name de vrouwspersonen die aan mijn oog voorbijtrekken maken het me moeilijk om niet mijn voorvader te imiteren en hen met een knots één voor één een grot in te slepen. Puur omdat ik nog geen grot ben tegengekomen.

Er was een tijd dat ik vanwege mijn charme de Prins der Armen werd genoemd. Maar die tijd heb ik blijkbaar allang achter me gelaten. Misschien is het echter wel reëler te stellen dat de tijd mij heeft achtergelaten. Sociale omgangsvormen zijn aan verandering onderhevig. Duizenden jaren ben ik niet onder de mensen geweest. Wat toen als prinselijke charme werd gezien komt nu misschien heel bot over. Misschien dat ik me daardoor kan identificeren met de opgedrekte man, deze Osama Bin Laden, de dode man die zoveel haat oproept. We stammen uit eenzelfde tijdperk. Een wrede tijd maar op sommige punten ook socialer. Nu word ik voor gek versleten als ik een onbekende aanklamp en vraag of deze me wil leren lezen en schrijven. Iedereen lijkt zo op zichzelf. Sommige soortgenoten wonen zelfs helemaal alleen in een huis tien keer groter dan ik ooit heb bezeten en hoewel er genoeg ruimte is wordt de mensen zonder huis geen onderdak geboden. Ze moeten hun heil maar elders zoeken.

Ik ben door twee muren gebroken maar deze derde laag lijkt ondoordringbaar. Misschien is dit wel mijn bestemming. De derde onzichtbare muur slechten en al deze individuele zielen weer tot een hechte gemeenschap smelten. Ik wacht af.

Share : facebooktwittergoogle plus



No Response

Leave us a comment


No comment posted yet.

Leave a Reply