Debuutalbum HIQPY klinkt minder indie dan het wil zijn

Jezelf een indieband noemen en vervolgens een contract tekenen bij Sony is op z’n minst een spanningsveld. Bij HIQPY lijkt “indie” vooral een esthetisch label. Een net iets spannender woord voor goed geproduceerde rock binnen de contouren van de mainstream. Een beeld dat wordt bevestigd op het debuutalbum van HIQPY: Slow Death Of A Good Girl. De band werkt hierop samen met Danton Supple, bekend van o.a. Coldplay, U2 en Elbow. Deze productie verraadt meteen de ambitie: dit moet geen randverschijnsel zijn, maar een strak georkestreerd succesverhaal.

Die aanpak levert nummers op die stevig leunen op popstructuren. Met gepolijste gitaren en vocale lijnen die eerder etherisch dan rauw klinken. Het resultaat is consistent, maar zelden echt prikkelend. De openingssong Something bouwt zorgvuldig op naar een gecontroleerde climax. Waarna een gitaarsolo volgt die nog het meest rebels aanvoelt binnen de grenzen van wat duidelijk als radiovriendelijk is bedoeld.

Gelikte structuren en popgevoeligheid op debuutalbum HIQPY

Youman dendert in midtempo voort. Met een fonetische woordspeling als titel die meer vragen oproept dan richting geeft. Mogelijk zit er een thematische laag onder over individualisering, maar die blijft impliciet. Ook Hedgehug — een woordspeling op een oncomfortabele knuffel — blijft in dezelfde veilige sfeer hangen: degelijk ingekaderde indiepop met een solo die nergens echt buiten de lijntjes kleurt.

Het dromerige Everything probeert contrast te brengen met een ouderwetse rock-’n-roll-riff, maar mist net de urgentie om echt los te komen. Het meest intrigerende moment zit in een kort rauwer randje in de stem van zangeres Abir Hamam, dat direct weer wordt ingekapseld door de productie.

Momenten waarop het debuutalbum van HIQPY openbreekt

Toch zijn er momenten waarop de band losser lijkt te durven spelen. Side Piece heeft een opvallende swing en is daarmee een van de sterkere en meest directe tracks van het album, ondanks de wat vlakke tekstuele invulling. Cruel Code laat via drummer Kasper de Boer meer potentie horen in dynamiek en spanning, terwijl Vibes Under Arrest verder experimenteert met ritmiek en zelfs een versnelling aan het eind.

In de tweede helft wordt het overtuigender. Op Bowie’s Pressure lijkt de band zichzelf te positioneren binnen een grotere muzikale traditie. Red Flag Magician raakt aan thematiek rond grenzen en respect, ondersteund door strak staccato gitaarwerk dat eindelijk wat meer spanning oproept. Die lijn zet zich door richting het slot, waarbij Nothing zich ontpopt tot het sterkste moment van de plaat.

Slow Death Of A Good Girl laat weinig twijfel over de koers van HIQPY

Slow Death Of A Good Girl eindigt daarmee als een degelijk debuut dat vooral in de tweede helft zijn vorm vindt. Tegelijk blijft de vraag hangen hoe dit debuutalbum van HIQPY had geklonken als de band de randen van hun “indie”-label echt had opgezocht in plaats van ze netjes binnen de lijntjes te houden. Uiteindelijk blijft daarmee het gevoel hangen dat er meer in had kunnen zitten dan er nu daadwerkelijk uit komt.

Waardering: 3 uit 5.