“Tuesday Paper Club’ is het debuut van de Schotse band Brògeal. Een afkomst die omarmd wordt in de muziek. De drums waar het album mee opent ademen een en al herkenbaarheid uit. Het is de erfenis van acts als The Dropkick Murphys, Frank Turner en The Pogues.
Met Schotse tongval zingt Daniel Harkins in de titeltrack over een ervaren generatiekloof. Door het gebruik van traditionele instrumenten als banjo, accordeon en mandoline is daar muzikaal in ieder geval geen sprake van.
‘Vicar Street Days’ haakt qua gitaargeluid aan bij The Cure maar verder behoudt Brògeal hierop het eigen geluid. Op ‘Friday On My Mind’ dwarrelen de vlinders van prille verliefdheid er lustig op rond. Iets waar Teenage Fanclub ook altijd zo goed in slaagde. En met ‘Lady Madonna’ brengt Brògeal, net als The Beatles in 1968, een eerbetoon aan vrouwen.
Van pennywhistle tot banjo: Brògeal’s sound
Op ‘Turn And Walk Away’ en ‘Scarlet Red’ is een meer melancholische Harkins te horen. Met precies de juiste accenten van drummer Luke Mortimer. Het door accordeon gedragen ‘One For The Ditch’ pakt vervolgens uit tot een groot feest. Ongetwijfeld ook een hoogtepunt tijdens hun concerten. Dat geldt vast ook voor het al veel gecoverde instrumentale ‘The Lonesome Boatman’. In de uitvoering van Brògeal heeft de pennywhistle een prominente rol, net zoals in het origineel.
Twee nummers, ‘Apples and Leaves en ‘Go Home Tae Yer Bed’ worden gezongen door Aidan Callaghan, de banjospeler en mede-oprichter van de band. Het maakt Brògeal nog completer en hopelijk een blijvertje.