James Bond, ’s werelds bekendste geheim agent, werd in 1953 geboren op papier, dankzij Ian Fleming. Vanaf 1962 was de spion ook te bewonderen op het witte doek. Maar zijn de Bond uit de boeken en die uit de films eigenlijk wel dezelfde persoon?
Het eerste Bond-boek, Casino Royale, verscheen in 1953. Fleming schreef uiteindelijk twaalf romans en twee verhalen over 007. Daarbij gebruikte hij onder meer ervaringen uit zijn eigen tijd bij de Britse marine-inlichtingendienst, maar natuurlijk ook de nodige fantasie.
Na Flemings overlijden in 1964 verdween James Bond niet. Andere schrijvers namen het personage over. Kingsley Amis schreef onder het pseudoniem Robert Markham Colonel Sun. Daarna verschenen nieuwe Bond-boeken van onder anderen John Gardner en Raymond Benson.
Na Flemings overlijden in 1964 bleef 007 leven. Verschillende auteurs pakten de pen op, waaronder Kingsley Amis (onder het pseudoniem Robert Markham), John Gardner en Raymond Benson. Elk van hen gaf Bond een eigen draai. Gardner moderniseerde de verhalen in de jaren 80 met meer technologie en actie, terwijl Benson in de jaren 90 en vroege 2000’s Bond psychologische diepgang en verhaalt hij over internationale dreigingen.
Wil de echte James Bond opstaan
Tussen de boeken en de films zitten de nodige verschillen. In de boeken maakt Bond fouten, raakt gewond en twijfelt regelmatig; in de films ligt de nadruk veel meer op actie. Auto’s, gadgets, achtervolgingen en grote stunts zijn een belangrijk onderdeel van de films geworden. De intrige, politiek en psychologische spanning uit de boeken zijn er niet in terug te vinden.
Ook Bond zelf veranderde. Roger Moore stopte veel meer humor in zijn rol dan Sean Connery en Timothy Dalton was misschien wel de meest cynische Bond. Pierce Brosnan maakte van de geheim agent weer een elegante actieheld, terwijl Daniel Craig de rol vanaf Casino Royale een stuk menselijker en kwetsbaarder invulde.
De films zijn daardoor niet alleen verfilmingen van de boeken. Ze zijn hun eigen versie van James Bond geworden.
Dat is vooral goed te zien wanneer je de eerste Casino Royale leest. De Bond uit het boek is een stuk minder glad dan de Bond die we inmiddels kennen van het witte doek. Hij drinkt veel, rookt veel en heeft duidelijk meer last van de gebeurtenissen die hij meemaakt.
Ook de manier waarop Bond met vrouwen omgaat is veranderd. Wat in de boeken van Fleming nog zonder veel commentaar kon worden geschreven, zou in een hedendaagse Bond-film waarschijnlijk heel anders worden benaderd.
De boeken zijn niet hetzelfde als de films
Wie alleen de films kent, krijgt daardoor een ander beeld van James Bond dan iemand die de boeken leest.
In de boeken is meer ruimte voor Bond als persoon. Fleming beschrijft zijn gedachten, twijfels en lichamelijke ongemakken. De films moeten het karakter vooral laten zien.
Daar staat tegenover dat de films iets kunnen wat een boek niet kan. Een spectaculaire achtervolging, een exotische locatie of een bijzondere auto werkt op het witte doek nu eenmaal anders dan op papier. De Bond-films zijn daardoor steeds verder van de oorspronkelijke boeken verwijderd geraakt. Het personage bleef hetzelfde heten, maar de manier waarop hij wordt neergezet veranderde behoorlijk.
Dat maakt het interessant om de boeken naast de films te lezen. Je ontdekt dan dat de James Bond van Ian Fleming eigenlijk behoorlijk verschilt van de 007 die inmiddels al tientallen jaren in de bioscoop te zien is.
Foto: Muhammad Ahsan Iqbal khan via Pixabay