SMR: al bijna twintig jaar de belofte van goedkope kernenergie
Kleine modulaire kernreactoren, beter bekend als SMR, worden al jaren gepresenteerd als een nieuwe generatie kerncentrales. Kleinere reactoren zouden sneller gebouwd kunnen worden, goedkoper zijn en vooral in serie geproduceerd kunnen worden. Want één reactor bouwen is duur, maar ze in series produceren zou het in theorie goedkoper moeten maken. Dat klinkt aantrekkelijk. Alleen is er één probleem: die serieproductie moet zich nog altijd bewijzen.
De moderne SMR-industrie is inmiddels bijna twintig jaar bezig om van het concept een commercieel product te maken. Een recente tegenslag is het beëindigen van twee ondersteuningsprogramma’s van Canadian Nuclear Laboratories in 2026. Die programma’s liepen respectievelijk sinds 2018 en 2019. Het betekent niet dat Canada SMR’s heeft opgegeven, maar onderstreept wel hoe lang de ontwikkeling kan duren.
Van één reactor naar een hele serie SMR’s
Het economische idee achter een SMR verschilt van dat van een traditionele kerncentrale. Een grote kerncentrale wordt doorgaans als een omvangrijk, projectspecifiek bouwwerk gerealiseerd. Een SMR moet juist meer lijken op een industrieel product. Het ontwerp wordt gestandaardiseerd en onderdelen worden zoveel mogelijk in een fabriek gemaakt. De eerste reactor is daarbij nog relatief duur. Daarna zouden volgende exemplaren efficiënter geproduceerd moeten kunnen worden.
Het principe lijkt op dat van de auto-industrie, al zijn de verschillen groot. Ford introduceerde de Model T in 1908 en voerde in 1913 de bewegende assemblagelijn in. Dat vergde meer dan alleen een lopende band: ook fabrieken, machines, gestandaardiseerde onderdelen en een georganiseerd netwerk van leveranciers waren nodig. De assemblage van een Model T-chassis ging door die veranderingen in enkele maanden tijd van circa 12,5 arbeidsuren naar ongeveer 2 uur en 38 minuten.
Ook andere industrieën laten zien dat schaalvergroting productie goedkoper kan maken. Bij zonnepanelen hebben technologische verbeteringen, grotere fabrieken en efficiëntere productie de kosten sterk verlaagd. Maar dat gebeurde niet alleen door een ontwerp te standaardiseren. Er waren ook grote investeringen in productiecapaciteit en een groeiende markt nodig.
Daar zit de economische belofte van SMR’s. Maar daarvoor zijn wel veel bestellingen nodig. Zonder een serie is er weinig schaalvoordeel. En zonder bewezen lage kosten is het moeilijk om voldoende klanten en investeerders te vinden. Daarmee ontstaat een klassiek kip-en-eiprobleem.
SMR: een oud idee, een nieuwe commerciële belofte
Het idee van kleine kernreactoren is overigens veel ouder dan de huidige SMR-golf. Al in de jaren vijftig en zestig werden kleine reactoren ontwikkeld en gebouwd. De huidige ‘commerciële’ SMR-golf kreeg vooral vanaf het begin van deze eeuw vorm. NuScale werd bijvoorbeeld in 2007 opgericht om een commercieel SMR-ontwerp te ontwikkelen.
De eerste kleine reactoren bewezen dat de technologie elektriciteit kon leveren. De Amerikaanse reactor bij Shippingport ging in 1958 in bedrijf en bleef tot 1982 draaien. Daarnaast ontwikkelde het Amerikaanse leger kleine reactoren voor afgelegen bases. Die projecten leverden technische kennis op, maar resulteerden niet in een commerciële productieserie die door herhaling steeds goedkoper werd.
In 2016 schreef de OECO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling) al uitgebreid over de economische voordelen die serieproductie van SMR’s zou kunnen opleveren. Bijna twintig jaar na het ontstaan van de moderne commerciële SMR-golf is de vraag nog steeds dezelfde: waar blijft die serie?
Canada loopt tegen de grenzen aan
Canada geldt al jaren als een van de landen die sterk inzetten op SMR’s. De federale overheid lanceerde in 2020 het nationale SMR Action Plan. Daarvoor waren al ondersteuningsprogramma’s gestart. Canadian Nuclear Laboratories beëindigde in 2026 twee van die programma’s. Het ene liep sinds 2018, het andere sinds 2019.
Dat betekent niet dat Canada SMR’s heeft opgegeven. Bij Darlington in Ontario wordt gebouwd aan een BWRX-300 van GE Hitachi. Uiteindelijk moeten daar vier van deze reactoren komen. Het Canadese verhaal laat dus zowel de moeilijkheden van de ontwikkeling als de voortgang van een concreet bouwproject zien.
Wie betaalt de ontwikkeling van de SMR?
De ontwikkeling van SMR’s wordt internationaal voor een belangrijk deel met publiek geld ondersteund. Volgens de OECD Nuclear Energy Agency was begin 2025 in OESO-landen naar schatting 15,4 miljard Amerikaanse dollar aan financiering voor SMR-ontwikkeling vastgelegd. Ongeveer 10 miljard dollar daarvan kwam uit de publieke sector en 5,4 miljard uit private bronnen.
Dat betekent niet dat al dit geld is uitgegeven. Het laat wel zien dat overheden een grote rol spelen in de ontwikkeling van een technologie die uiteindelijk commercieel rendabel moet worden.
Canada stelde bijna C$30 miljoen beschikbaar via het federale Enabling SMR Program. Daarnaast ontvingen onder meer Moltex en Terrestrial Energy respectievelijk circa C$50,5 miljoen en C$20 miljoen aan federale steun. Deze genoemde bedragen komen samen uit op ongeveer C$100 miljoen. Ze vormen geen compleet overzicht van alle Canadese SMR-uitgaven en zijn evenmin bewijs dat het geld volledig verloren is gegaan.
Een onderzoeksprogramma kan namelijk ook waardevolle kennis opleveren wanneer het oorspronkelijke project uiteindelijk niet wordt gebouwd. De cijfers maken wel duidelijk dat de commerciële ontwikkeling van SMR’s niet uitsluitend door de markt wordt gedragen. En daar zit een belangrijke vraag: hoeveel publieke ondersteuning is nodig om de eerste serie op gang te brengen, voordat de beloofde schaalvoordelen zich kunnen bewijzen?
Canada is niet alleen
Het Canadese verhaal staat bovendien niet op zichzelf. In de Verenigde Staten werd het veelbesproken NuScale-project in Idaho in 2023 beëindigd. De kosten waren sterk gestegen en er waren onvoldoende afnemers. Maar de Verenigde Staten hebben SMR’s daarmee niet afgeschreven. Andere projecten gaan door. In september 2026 gaf de Amerikaanse nucleaire toezichthouder toestemming voor de bouw van een BWRX-300 bij TVA’s Clinch River.
Ook Frankrijk heeft zijn oorspronkelijke NUWARD-ontwerp aangepast. Het oorspronkelijke concept werd verlaten en vervangen door een nieuw ontwerp dat beter moest aansluiten bij de gewenste kosten en markt. Tegelijkertijd worden in het Verenigd Koninkrijk, Tsjechië en andere Europese landen nieuwe SMR-projecten ontwikkeld. Na bijna twintig jaar ligt de focus nog grotendeels op onderzoek naar welke ontwerpen en businessmodellen daadwerkelijk levensvatbaar zijn. Sommige projecten gaan inmiddels wel richting daadwerkelijke bouw. Maar hierbij is de vraag of die eerste projecten kunnen uitgroeien tot een herhaalbare serie waarin de kosten en bouwtijden daadwerkelijk dalen.
Europa wil begin jaren 2030 zover zijn
De Europese Commissie mikt op de eerste operationele SMR’s begin jaren 2030. Dat is een ambitieuze doelstelling, zeker wanneer je bedenkt dat de moderne commerciële SMR-golf al bijna twintig jaar bezig is.
In de tussentijd moeten ontwerpen worden gecertificeerd, vergunningen worden verleend, financiering worden geregeld en fabrieken en toeleveringsketens worden opgebouwd. Daarna moet nog blijken of een eerste reactor kan uitgroeien tot een betaalbare serie.
De echte test begint bij de volgende SMR
Eén reactor die daadwerkelijk stroom produceert, bewijst nog niet dat het economische concept werkt. Kan de tweede reactor goedkoper worden gebouwd dan de eerste? En de derde goedkoper dan de tweede? Kunnen onderdelen op grote schaal in fabrieken worden geproduceerd? Wordt de vergunningverlening eenvoudiger wanneer hetzelfde ontwerp vaker wordt gebouwd?
Standaardisatie kan de beoordeling van een ontwerp vereenvoudigen, maar neemt de noodzaak van locatiespecifieke veiligheidsbeoordelingen en afspraken over radioactief afval niet weg. Ook moet duidelijk zijn hoe de verwerking en opslag van dat afval op lange termijn worden geregeld.
De belangrijkste vraag is uiteindelijk of energiebedrijven voldoende exemplaren willen bestellen. Pas wanneer er een reeks reactoren wordt gebouwd en blijkt dat volgende exemplaren goedkoper en sneller kunnen worden gerealiseerd, komt de oorspronkelijke belofte van SMR’s echt in beeld. De technologie moet dus niet alleen werken; ook het industriële model erachter moet zich bewijzen.
Foto: Apostle Dr. Heloise Sulyans-Gibson via Pixabay
